Studiedag, Uncategorized, Vrije Academie

Over de woorden ‘demonisch’ en ‘fascistisch’

Technische termen in een onderling samenhangend systeem van concepten mogen exotisch zijn, omdat hun betekenis gebonden is aan de plaats die zij in de systematische gedachtegang hebben. Tegelijkertijd dienen dergelijke termen echter aan te sluiten bij het grote samenhangende systeem van concepten dat de alledaagse taal is. Om die reden is het voor wie een gedachtegang opstelt lastig de juiste woorden te vinden: ‘heeft woord x alle connotaties die ik wil, maar niet tegelijkertijd associaties die niet wenselijk zijn?’

Het volgende over woordkeuze tijdens de ‘studiedag over de Ethica Nicomachea van Aristoteles‘.

 

Het ‘…’-alternatief

Tijdens de studiedag over het werk van Aristoteles is één van de stappen die ik heb gemaakt, het schetsen van een onderscheid in de mogelijke gevolgen die het relatief worden van het ethische denken heeft.

Enerzijds blijken velen te menen dat inzicht in de begrensdheid van het eigen morele systeem an sich al een waardering voor de diversiteit in normen en waarden impliceert. Anders gezegd, het feit dat mijn mening slechts één onder vele is, zou automatisch leiden tot een tolerante houding jegens de andere.

Anderzijds geldt dat zelfs als dit dikwijls een gevolg zou zijn, het geen noodzakelijk gevolg is. Niets maakt het noodzakelijk dat een ervaring van relativiteit leidt tot tolerantie. Er zijn alternatieve reacties denkbaar. Welnu: hoe zo’n alternatief te benoemen? Welk woord kan ik daarvoor gebruiken?

 

Fascisme

In eerste instantie ging ik op dit punt voor het woord ‘fascisme’. Dit vooral vanwege de connotatie van het Italiaanse fascisme. Suggestie is: er vindt in het fascisme een identificatie plaats met macht, zodat macht van/voor de natie wordt tot criterium voor een politiek programma. En vervolgens: binnen de natie zouden de ‘nu eenmaal beste en sterkste’ het ‘organisch’ voor het zeggen hebben (het ‘Führerprincipe’).

Er zijn ook verdere associaties. Zo stelt Fascisme-ideoloog Giovanni Gentile dat het verlangen naar ‘eeuwige vrede’ absurd is, en een eindeloze oorlog de enige realistische politieke opvatting is. Verder is er de ‘kaping’ van Nietzsche en diens ‘Wil tot Macht’ door de Duitse Nationaal Socialisten. Het is dan mogelijk het alternatief voor een tolerantie die voortkomt uit relativiteit een ‘fascistische alternatief’ te noemen.

Anderzijds heeft de notie van fascisme echter ook een hele reeks connotaties die te ver gaan. Dit werd door oplettende deelnemers aan de studiedag opgemerkt, en zij hebben hierin gelijk.

Zo is Fascisme een uitgesproken politieke beweging, wat typerend totalitair is, en de scheiding tussen staat en maatschappij opheft, en de onderwerping van het individu aan de leider als natuurlijke toestand ziet, en bovendien een beroep doet op nationale tradities. En al déze associaties (en nog meer) wil ik niet oproepen.

Dus op zoek naar een ander woord.

 

Demonisch

In tweede instantie ben ik daarom voor het begrip ‘demonisch’ gegaan.

Opnieuw ligt hier op de loer dat dit woord veel meer suggereert dan alleen de identificatie met macht en willekeur die ik op het oog had. Zo lijkt dit begrip duidelijk religieus geladen, wat betekent dat het voor iemand die seculier denkt zinloos is. Als er geen goden, engelen, of demonen bestaan, is het onzinnig het woord ‘demonisch’ in de mond te nemen. (En inderdaad, in die zin heeft mijn gebruik van dit woord de alledaagse taal tegen zich, en is exotisch).

Tegelijkertijd is het woord ‘demonisch’ één van de technische begrippen uit het werk van Deense wijsgeer Søren Kierkegaard. En bijvoorbeeld in diens klassieke tekst Vrees en Beven verschijnt dit woord met precies de connotaties die ik er aan wil geven.

Om die reden handhaaf ik deze keuze als technisch begrip voor positie die meent uit het relativisme te moeten komen tot een identificatie met de macht en willekeur. Wel hierbij nog een korte toelichting.

 

Kierkegaard

Het woord ‘demonisch’ komt voor in Kierkegaards analyse in Vrees en Beven. De algemene vraag in deze tekst is of er een ‘teleologische suspensie van het ethische bestaat’. De ethiek is richtinggevend voor het leven van de individuen, en breken hiermee lijkt altijd neer te moeten komen op willekeurig en niet doelgericht (dus niet teleologisch) gedrag. Het individu lijkt tegenover de ethiek nooit in zijn recht te kunnen staan. Een citaat:

“Op zich is het ethische het algemene, en als het algemene is het dat wat voor iedereen geldt. […] Zo gauw de enkeling zich tegenover het algemene in zijn afzonderlijkheid wil laten gelden, zondigt hij. En alleen door dit te erkennen kan hij zich weer met het algemene verzoenen. […] het zou een tegenspraak zijn als je [dit telos]  zou kunnen opgeven (dwz teleologisch zou kunnen suspenderen) […]” (148)

Tegelijkertijd is Kierkegaard bewogen door het besef dat de ethiek voor een vrije individu te nauw zal zijn. Voor hem is in de religie bij uitstek deze ervaring uitgedrukt dat er iets hogers bestaat dan de ethiek:

“Het geloof is nu juist deze paradox, dat de enkeling als deze enkeling hoger is dan het algemene, dat hij er tegenover in zijn recht staat, er niet aan ondergeschikt is maar erboven staat” (149)

Met de religie gaat het dus om een ‘teleologische suspensie van het ethische’. Immers, de Enkeling relativeert de ethiek, maar niet uit een zekere willekeur, maar juist (te kort gezegd) om aan een hogere roeping te beantwoorden.

In deze context introduceert Kierkegaard het woord ‘demonisch’ als een alternatieve wijze van de ethiek suspenderen. Of te wel, de enkeling plaatst zich boven de ethiek, maar niet omdat hij geroepen wordt door een hoger principe:

“Met behulp van het demonische zou [iemand] dus de enkeling willen zijn die als deze enkeling hoger is dan het algemene. Het demonische heeft dezelfde eigenschappen als het goddelijke, dat de enkeling er een absolute verhouding mee kan aangaan. […] Daarom is er een zekere gelijkenis die misleidend kan zijn” (186)

De demonische mens verheft zich boven de regels van de ethiek, zonder zich kwetsbaar te maken voor een hoger criterium.

Om deze reden handhaaf ik op dit moment dit begrip. Het woord ‘willekeur’ zou niet misstaan in de kring van associaties die Kierkegaard heeft met het woord ‘demonisch’. Ook voor Kierkegaard geldt verder dat een demonische mens niet per se het ‘kwade wil’, maar wel dat hij – los als hij is van iedere ethiek – geen reden heeft om het kwade niet te doen.

 

Bibliografie

Kierkegaard, S., (2006), Vrees en Beven, vertaling Andries Visser, Damon:

 

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s